vrijdag 5 februari 2010
Thuiszorg
Nadat ik mijn auto in de parkeergarage heb gezet, loop ik naar het huis van mijn client. Nooit patient zeggen, dat is ouderwets en schijnt niet te getuigen van enig respect. Waarom eigenlijk niet? Wat is er mis met het woord op zich? Wanneer ben je een patient? Als je dat zelf vindt, als je familie dat vindt, als je een 'echte' ziekte hebt of als een dokter het zegt? Goed, tegenwoordig is niemand dus meer een patient. Men is een client. En de client is koning. Toch? Zou het daarom gaan? Ik werk nu in de particuliere thuiszorg, de client betaalt, of de familie betaalt. En wie betaalt is koning en dus de baas. Ik werk soms bij een meneer van ver in de tachtig. Hij laat zijn brood dagen op het aanrecht staan. Tot de schimmel erop staat. Dan gooi ik het weg. In de vuilnisbak in de keuken. Zijn schoondochter schrijft dan in het grote boek dat er zomaar boterhammetjes weggegooid worden. En dat dat niet nodig is. Misschien wil ze ze aan de vogeltjes geven, of aan de eendjes in het park. Of zou ze dat oude, verschimmelde brood zelf op willen eten? En waarom maakt ze zich zo druk om een paar broodjes, terwijl het overduidelijk niet goed gaat met haar schoonvader? Hij wil dood, wil van zijn balkon springen, wil nooit weer wakker worden, heeft het wel gezien. Ach ja, dan wil je je brood wel eens vergeten.Morgen ga ik weer naar hem toe. En heb de afspraak met hem gemaakt dat hij een bad zal nemen. Hij wil dat eigenlijk niet. Eerst dacht ik dat hij het vervelend vond dat ik hem naakt zou zien, maar toen ik hem dat vroeg moest hij lachen. 'Welnee mens, ik zwom vroeger altijd naakt, wat kan mij dat schelen. Maar ik vind het zo'n gedoe, dat aan- en uitkleden. En zo nutteloos. Wie ziet dat nou nog? Of ik schoon ben of niet. Bovendien, vroeger gingen de mensen haast nooit in bad en ze werden zomaar negentig. En ik wil helemaal geen negentig worden! Ik wil morgen niet weer wakker worden.' Wat zeg je op zoiets? Niets tegenin te brengen. In de maand dat ik er nu werk heb ik hem een keer in dat bad gekregen en hij vond het heerlijk. Hij spatte alles nat, net als een kind en hij wou er niet weer uit. 'Even nog hoor, even nog.' Na die tijd leek hij het vergeten te zijn. Wat hem ook wel goed uitkwam. Vuil water stroomt mijn deur voorbij....... Morgen gaan we het weer proberen, na keiharde onderhandelingen. De vredesonderhandelingen in het Midden Oosten zijn er niets bij. Ik heb hem gewaarschuwd: 'Ik ben te vergelijken met een terrorist, ik voer een guerilla, ik doe alles om te winnen.' Hij moet erom lachen. De vorige keer zat hij keurig om negen uur 's ochtends in zijn pyjama klaar. En dat ontroerde me zo. Ik had het niet verwacht. Nu ben ik zo benieuwd naar morgenochtend. Als mensen in 'zaken' en andere serieuze dingen het hebben over de uitdagingen in hun werk zeg ik dat de uitdaging in mijn werk een eenzame oude man in pyjama is. En dan kijken ze me wat meewarig aan...........Tja, ieder zijn vak nietwaar, ieder zijn vak.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten