'Ga je mee naar buiten?', vroeg Gina. 'Sigaretje roken? 'En hoe heet je? Marieke? Ok.'
'Ik rook niet. Maar ik ga wel mee.' Toen ik mijn vriendje leerde kennen rookte ik als een gek. We mochten zelfs tijdens de werkcolleges roken. Ik pafte wel een pakje per dag weg. Vriendje walgde ervan. Na allerlei enge verhalen van hem over longoedeem en vieze plaatjes van keelkanker besloot ik te stoppen. Hij droeg tenslotte zijn lelijke geruite overhemden ook niet meer omdat ik daar onpasselijk van werd, dus vooruit dan maar.
'Jezus, wat veel stomme wijven', mopperde Gina. 'Ik was veel liever naar de Kunstacademie gegaan, maar dat vonden mijn ouders maar niks. Geen toekomst in, vinden ze... Wel te gek dat ik nu verdien trouwens, ik ga straks even langs de administratie voor een kamer in de zusterflat. Volgens mijn zus staan er een paar leeg. Ik smeer hem zo snel mogelijk uit huis.'
'Dan ga ik even met je mee.' Ik stond met mijn vriendje op een wachtlijst voor een studentenhuisje, maar ik kon ook eerst wel alleen op kamers gaan. Handig, zo'n zus. hoorde je nog eens wat.
Lidy en Connie kwamen bij ons staan. Lidy haalde een bruin, papieren zakje tevoorschijn, waaruit ze een onbestemd broodje haalde. Het zag er erg vies uit. 'Ik ben biologisch', zei ze. 'En vegetarisch.'
Nou, fijn voor haar. Waarom je dan je benen niet kon scheren was mij een raadsel.
Connie had een hompig broodje bij zich. 'Ik bak altijd ons eigen brood', vertelde ze. 'En deze appel komt uit de tuin. We proberen zoveel mogelijk self- supporting te zijn. Dan weet je tenminste wat je eet en krijg je geen bestrijdingsmiddelen binnen.' Daar hoorde je dertig jaar geleden werkelijk nooit iemand over en Gina en ik keken haar dan ook wat verbaasd aan.
'Ik heb niks te eten bij me', zei Gina. 'Had ik geen tijd meer voor vanochtend.'
Ik had ook niks meegenomen. Ik had eigenlijk op een kantine gerekend, maar er was alleen koffie.
'Hier, neem een stukje van mijn brood', bood Lidy aan. Ehh, zo'n honger had ik nou ook weer niet.
'Waarom ben jij eigenlijk geen medicijnen gaan doen?', vroeg ik aan Lidy.
'Ik heb de alpha-kant gedaan', zei ze. 'Ik ben een pretpakketter.' ( Ja, dat pakket kende ik, dat had ik ook .) 'Maar op deze manier kom ik ook wel bij "Artsen zonder Grenzen" en dat is wat ik wil.
'Wat goed van je, dat je dat zo precies weet', vond ik.
Ze trok haar ongeepileerde wenkbrauwen op. 'Ik zie niet in wat daar zo goed aan is, het is gewoon wat ik wil.'
Prettig leek mij dat, zo'n vastomlijnd doel voor ogen. Ik voelde mij ineens een beetje dom.
http://www.gezondheidsnet.nl/medisch/agenda/233/wereld-hepatitis-dag